De Vlaamse kust: eb en vloed

Je weet dat bij vloed (hoogtij) het Belgisch strand gedeeltelijk wordt overstroomd en dat bij eb (laagtij) de zee zich terugtrekt. Dat gedeelte wordt het nat strand genoemd. De strandzone die slechts uitzonderlijk, nl. bij springtij, wordt overspoeld is het droog strand. De vloedlijn markeert de dagelijkse hoogste zeestand. Daar worden schelpen, wieren en afval afgezet.

Het hoogteverschil tussen laagtij en hoogtij bedraagt aan onze kust zowat 4 m. Eb en vloed vormen samen het getij. Twee getijden duren 24 uur en 50 minuten. Per dag komen laag- en hoogtij dus bijna 1 uur later voor.

Langs de vlakke kust tref je duinen aan. Die zandheuvels zijn door de wind opgehoopt. De plantengroei beschermt ze hier en daar tegen verstuiving. Net zoals het strand is de duinengordel niet overal even breed.

Wanneer je op een duintop staat, heb je landinwaarts een uitzicht op het bijna totaal vlakke en laaggelegen Polderland. De poldervlakte is een open landschap.

Vele toeristen trekken naar de Noordzeekust om te genieten van de zon en van de verfrissende zeelucht, om te baden in het koele zeewater, om te wandelen op het strand, op de zeedijk of in de duinen. De jongeren beoefenen strandspelen en sporten.

Op de zeedijk wordt de uitrusting o.m. gevormd door hoge appartementsgebouwen en hotels. Meestal wordt de benedenverdieping ingenomen door winkels, restaurants en cafés. Om het verblijf aantrekkelijker te maken werden in de kustgemeenten ook zwembaden, sporthallen, tennisvelden en bioscopen aangelegd.

De grote toeloop naar de kust ligt in juli en augustus. Dat valt samen met de schoolvakantie en de betaalde vakantie van de meeste werknemers.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *