Werkbalken in Word

De derde regel of bovenste werkbalk wordt de Standaardwerkbalk genoemd. Deze bevat voornamelijk drukknoppen waarmee je veel voorkomende opdrachten kunt laten uitvoeren. Met één van deze 22 knoppen kan je met een eenvoudige muisklik op een vlugge manier een bepaalde functie activeren. Indien de muisaanwijzer rust op één van die 22 knoppen, krijg je een korte omschrijving juist onder de knop. Dit klein kadertje geeft de naam van de functie weer en wordt tevens de knopinfo genoemd.

De onderste werkbalk wordt de Werkbalk Opmaak genoemd. De knoppen vertonen verborgen functies die meer betrekking hebben op de opmaak van de tekst. Dezelfde functies kun je kiezen uit het menu, maar met een eenvoudige muisklik gaat dit uiteraard veel sneller. Je kunt het lettertype wijzigen of gebruik maken van vetjes, onderstrepen enz …. Tevens is de knopinfo aanwezig.

De werkbalk Standaard en Opmaak worden steeds standaard weergegeven Buiten de Standaard werkbalk zijn er nog een hele reeks andere werkbalken (± 13) die gericht zijn op een specifiek soort taken. Je kunt deze allemaal tegelijjkertijd op het scherm weergeven maar dit is niet handig, er blijft dan wel weinig ruimte over om te werken. Het is dan ook beter de werkbalken enkel op te roepen wanneer je ze nodig hebt.

Bijvoorbeeld:

Indien je begint aan de samenvoegprocedure, dan verschijnt een balk met de nodige functies. Je hebt ook de mogelijkheid om alle werkbalken naar eigen inzicht uit te breiden, in te korten of een andere indeling te geven:

  • je kiest voor Beeld – Werkbalken
  • je krijgt een dialoogvenster “Werkbalken”
  • je maakt een keuze in het dialoogvenster door in het aankruisvakje te klikkken
  • wil je in één keer de toestand herstellen dan klik je op de beginwaarden.

Standaard: Bevat de veel voorkomende algemene opdrachten
Opmaak: Bevat de opmaakopdrachten wat betreft de tekst
Randopmaak: Bevat de opdrachten voor het maken van kaders en randen
Database: Bevat de opdrachten van lange tabellen die als database dienen
Tekenen: Hierin kun je opdrachten doorgeven voor het maken en bewerken van tekeningen in een document.

  • terug in het werkscherm verschijnt deze langs de benedenrand
    Formulieren: Bevat opdrachten voor het opmaken van formulieren.
  • er verschijnt een dialoogvenstertje rechts bovenaan.

Of:

Je kan ook gebruik maken van het snelmenu om de werkbalken aan- of uit te zetten

  • je plaatst de muisaanwijzer op een zichtbare werkbalk
  • je klikt met de rechtermuisknop en via het snelmenu kun je een nieuwe werkbalk oproepen

Op de volgende pagina’s worden de verschillende elementen die op het werkscherm te zien overlopen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *