Vagina

De vagina of schede is een ongeveer 10 cm lange buis die de baarmoeder verbindt met de buitenwereld. Haar verloop is schuin naar boven/achter. De voor- en achterwand liggen meestal plat tegen elkaar. Aan de binnenkant is zij bekleed met meerlagig, onverhoornd plaveiselepitheel, dat cyclische veranderingen ondergaat.

Het slijmvlies vertoont dwarsverlopende plooien, de rugae vaginalis. Op de mediaanlijn verloopt hierop een overlangse plooi, de columna rugarum. Het vaginale slijmvlies bevat geen klieren. Het aanwezige glycogeen in de vagina is afkomstig van de baarmoederklieren en wordt omgezet tot melkzuur door de bacillen van Döderlein. Als gevolg hiervan is de Ph laag, dit vormt een natuurlijk afweermechanisme tegen binnendringende micro-organismen.

De baarmoederhals puilt uit in de vagina, men noemt dit deel de portio vaginalis. De rest van de baarmoederhals is de portio supravaginalis. Het gedeelte van de vagina vóór en achter de portio vaginalis vormen het voorste en het achterste schedegewelf, de fornix anterior en de fornix posterior. De fornix posterior is dieper dan de fornix anterior.

In het midden van de portio vaginalis bevindt zich de uitwendige baarmoedermond, het ostium externum uteri. Deze opening is rond bij de nullipara en speetvormig bij de multipara.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *