Stabiliteit van de wervelkolom

Talrijke factoren spelen een rol in de stabiliteit van de wervelkolom:

In rechtopstaande houding verdeelt de discus de verticale druk over het geheel van het onderliggend vertebraal plateau. Dankzij hun anatomische kenmerken verzetten de posterieure interapofysaire gewrichten zich tegen het over elkaar schuiven van de wervels.

De normale superpositie van de wervellichamen wordt passief in stand gehouden door de ligamenten:
– het ligamentum longitudinale anterius: resistente fibreuze schede
– het ligamentum longitudinale posterieur heeft zones die lateraal minder weerstand bieden en waar het meest frequent discushernia’s optreden
– het ligamentum f1avum, inter-spinale en intertransversanum.

Musculaire factoren:
– de korte, diepgelegen paravertebrale spieren die zich rond de wervelkolom spannen, komen als eerste tussen om de stam recht te houden (epispinaal, inter-spinaal, transversospinaal. )
– de meer oppervlakkige spieren (de lange dorsale en de iliocostale spieren) trekken zich slechts als laatste hulpmiddel samen om het evenwicht te bewaren.

Bij belangrijke inspanningen verzet de verhoging van de abdominale druk – door de gelijktijdige samentrekking van de spieren van het abdomen, het diafragma, het perineum en de lendenen – zich tegen de neiging van de wervellichamen om voorover te buigen en wordt de intradiscale druk verminderd (abdominaal caisson). Deze verhoging van de intranale druk zou de belasting op de wervelkolom met 30 à 50% kunnen doen afnemen.

De psoas zorgt voor stabiliteit van het lumbopelvifemoraal geheel dankzij de diverse oriëntaties van zijn spiervezels die een echt anteroolateraal draadwerk omheen de wervelkolom vormen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *