Soorten orthesen – prothesen

In grote lijnen kunnen we spreken van enerzijds statische orthesen en anderzijds dynamische orthesen.

Statische orthesen

Dit zijn spalken die geen bewegende delen of elementen hebben. Ze zijn meestal ontworpen om de vingers en de hand of bepaalde delen ervan:

  • te laten rusten (ter preventie)
  • te immobiliseren

Deze spalken worden meestal ‘s nachts gedragen of tijdens rustperiodes. Bij het gebruik van bilaterale handspalken laten we steeds één hand vrij voor het comfort van de patiënt. bijv. alternerend 4 uur de linker handspalk en daarna 4 uur de rechter handspalk.

De klassieke rustspalk

De hand wordt volledig palmair ondersteund en dient om verlamde spieren te ondersteunen en de gewrichtjes in functionele stand te houden.

De rustspalk voor tetraplegiekers

Bij de meeste tetraplegiekers is het de bedoeling dat we tijdens de revalidatie een functionele handgreep bekomen.

Bij de patiënten die een dorsi-flexie van de pols kunnen uitvoeren kunnen we door positionering en training een tenodese gri pfunctie bekomen d. w. z . door een dorsi flexie van de pols zal er door een passieve rekking op de vingerbuigers een lichte grijpfunctie ontstaan tussen vingers en handpalm en tussen duim en laterale zijde van de wijsvinger.

Als men de polsextensoren ontspant valt de hand naar beneden en openen de vingers zich (de greep wordt gelost) .

Nu is het de bedoeling door middel van de specifieke rustspalk (met moussebekleding over de handrug en vingers) dat we de pols in een functionele stand houden en de vingers in flexie. Hierdoor bekomen we een anatomische verkorting van de lange flexoren waardoor er een grotere spanning optreedt (grijpkracht) bij het aanspannen van de polsstrekkers. Deze spalken worden gedragen alternerend 4 uur links en 4 uur rechts gedragen.

Elleboogorthese met flexie- extensieblokkade

Deze orthese wordt meestal gebruikt bij patiënten met PAO ter hoogte van de elleboog ofwel postoperatief wanneer het ellebooggewricht losgemaakt werd.

Het is de bedoeling om de elleboog alternerend in maximale flexie of extensie te brengen met de bedoeling de bestaande mobiliteit te bewaren.

Tijdens de dag wordt de spalk om de 2 uur van maximale flexie naar maximale extensie gebracht. ‘s Nachts om de 4 uur. Vooral oppassen bij maximale flexie (groter dan 90° flexie) kan de bloedcirculatie belemmerd worden of kan er oedeem optreden. Dus de periode in flexiestand inkorten en/of eventueel laten aanpassen!

Dynamische spalken

Dit zijn spalken met beweegbare elementen al of niet voorzien van veren of elastieken. Deze orthesen worden gebruikt om:

  • verloren functies te herstellen (bijv. bij perifere zenuwletsels n. radialis) dus functioneel
  • vergroeiingen te voorkomen en mobiliteit te bewaren, dus preventief
  • om contracturen of bewegingsbeperkingen te verbeteren dus correctief.

Orthese bij een radialis letsel

De orthese vervangt het functieverlies : dorsi-flexie van de pols, extensie van de vingers, abductie en extensie van de duim is uitgevallen.

De veertjes kunnen op het basisframe (cock-ups splint) geklikt worden.

Tenodese apparaat voor tetraplegiekers

Indien de grijpfunctie door training en positionering te zwak blijft, is het alternatief, naast handchirurgische ingrepen, het gebruik van een tenodese.

Door dorsi-flexie van de pols ontstaat er een drievingertoppengreep.

Bron: folder UZ Gent

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *