Factoren die een invloed hebben op passief zitten

1. De zithoogte moet aangepast zijn aan het werkvlak en aan de lengte van de onderbenen (±. 45 cm). De voeten moeten steeds gesteund zijn. Bij een hoog werkvlak is een voetbankje dus noodzakelijk.

2. Als de rugleuning schuin staat moet ook de zitting naar achter hellen. Is dit niet het geval dan gaat men afschuiven en rond zitten. Hoe verder de rugleuning naar achter staat, hoe schuiner de zitting moet hellen. De zitting staat best altijd iets naar achteren.

3. De zitdiepte moet iets minder zijn dan de lengte van de dijen. Zo niet kan men onmogelijk tegen de rugleuning zitten en gaat men bijna zeker rond zitten. Bij salonzetels wil dit wel eens een probleem zijn. Door grote kussens te gebruiken kan men de rugleuning dichterbij brengen.

4. Hoe meer de rugleuning naar achteren staat, hoe meer de rugleuning het gewicht van het lichaam opvangt en hoe minder de rug belast wordt. Helt de rugleuning ver naar achter, dan wordt het moeilijker nog iets te doen met de handen.

5. Het sluitstuk van een goede zithouding is de lumbale steun. Hierdoor wordt de lendenkromming bewaard. De lumbale steun moet op de juiste plaats staan, plaats die je ziet op de tekening. Is geen lumbale steun aanwezig dan kunnen we een klein kussentje (± 5 cm dik) gebruiken. Bij rechtopzittend is een lumbale steun alleen voldoende, helt de rugleuning meer naar achter, dan moet deze heel de rug steunen.

Lees meer artikelen over Gezondheid.

Relevante artikelen

Geen reacties

Er zijn nog geen reacties op dit artikel. Wees de eerste!

Laat een reactie achter...

Wil je reageren op dit artikel laat dan iets achter in het formulier hieronder: