Bevruchting

Bevruchting is de versmelting van een mannelijke zaadcel met een vrouwelijke eicel Beide cellen zijn haploid, d.w.z. dat hun aantal chromosomen gereduceerd is van 46 naar 23 tijdens de meiose. De bevruchte eicel heeft terug 46 chromosomen.

  • Bij de ovulatie komt de volledig gerijpte eicel vrij. Ze komt terecht in de eileider. Ze is dan nog omgeven door de zona pellucida en door de corona radiata. Ze heeft vóór de ovulatie al de eerste rijpingsdeling of meiose ondergaan. De tweede deling treedt slechts op tijdens de bevruchting.
  • De onbevruchte eicel leeft ongeveer 24 uur. Indien ze niet bevrucht wordt binnen de 24 uur dan sterft ze af.
  • Tijdens de coïtus wordt het sperma van de man in de schede van de vrouw gebracht, in de buurt van de uitwendige baarmoedermond. Elke ejaculatie levert 3-6 cc sperma dat miljoenen zaadcellen (60 tot 200) bevat. Een groot aantal hiervan sterven af door het zure milieu van de schede. Andere echter worden aangetrokken door het baarmoederhalskanaal, waar het milieu alkalisch is. Dank zij de flagellaire bewegingen van hun staart kunnen de spermatozoa zich voortbewegen: ze stijgen op in de baarmoederholte en doorheen de eileiders waar ze de eicel ontmoeten.
    De spermatozoa leven ongeveer drie dagen. Hun mogelijkheid tot bevruchting is echter het grootst in de eerste twee dagen.
  • De bevruchting vindt plaats in het distale 1/3 deel van de eileider. Er moet een groot aantal spermatozoa voorhanden zijn rondom de te bevruchten eicel. Zij scheiden een enzym, het hyaluronidase af dat nodig is voor één zaadcel om doorheen de zona pellucida de eicel binnen te dringen.
  • De bevruchte eicel noemt men ei of vrucht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *