De resultatenrekening

Het doel van een onderneming is winst maken. Op het einde van het boekjaar wil je dan ook weten hoeveel die winst precies bedraagt. De winst is het verschil tussen de opbrengsten verminderd met de kosten.

Het kan ook voorkomen dat het resultaat negatief is, namelijk als de kosten hoger liggen dan de opbrengsten. In dit geval heb je verlies gemaakt.

De opbrengsten zijn te vinden in het verkoopboek. Het is het totaal van de verkopen.

De kosten bestaan uit het totaal van de aangekochte goederen, de voorraadwijzing (kan positief of negatief zijn), de betaalde kosten en de afschrijvingen.

Het verschil tussen de opbrengsten en de kosten is het bedrijfsresultaat. Daarbij voegt men nog de financiële resultaten.

Het globaal resultaat van een onderneming bestaat uit de som van drie deelresultaten

1. Bedrijfsresultaat

Bedrijfsresultaat = bedrijfsopbrengsten – bedrijfskosten

– Bedrijfsopbrengsten (verkoopboek)

Totaal van de uitgaande facturen (exclusief BTW) + totaal van de winkelverkopen (exclusief BTW) – totaal uitgaande creditnota’s (exclusief BTW)

– Bedrijfskosten

Totaal van de kosten die je hebt gemaakt bij de bedrijfsactiviteiten.

Deze kosten moeten:

– noodzakelijk zijn in verband met het bedrijf
– gedaan worden tijdens het boekjaar
– de bedoeling heeft het resultaat te verkrijgen, te behouden of te vermeerderen.

 2. Financieel resultaat

Financieel resultaat = fin. opbrengsten – fin. kosten

Financiële opbrengsten
– intresten op zichtrekening, spaarrekening, ..
– ontvangen financiële kortingen vanwege leveranciers

Financiële kosten
– intresten op leningen
– toegekende financiële kortingen aan klanten

3. Uitzonderlijk resultaat

Uitzonderlijk resultaat = uitz. opbrengsten – uitz. kosten

Uitzonderlijke opbrengsten
– winst bij verkoop van een machine
– teveel in kas

Uitzonderlijke kosten
– tekort in kas (bv. wegens diefstal)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *